Johan CallebertHierbij in het kort een aantal zaken die je moet weten om deel te nemen aan wedstrijden. Ik hoop je hiermee op weg te zetten. Alvast veel succes.

Johan Callebert


In principe worden de regels toegepast van de IWWF.

Er zijn Belgische, Europese en Wereldregels maar die zijn grotendeels op elkaar afgestemd.

Je vindt ze op
http://www.waterski.be/Wakeboard/default.aspx?view=/Articles/Wakeboard/Reglement

Als wordt afgeweken van die regels zal men dit in de riders briefing kort voor de wedstrijd aangeven.


Wat je zeker moet weten:

Parcours.

Er is een parcours uitgezet van ongeveer 370 meter.
De jury noteert alles wat je tussen die 2 punten doet. Je hebt dus een heen en een terugrun.
Je kan ongeveer 5 tricks per run uitvoeren. Alles wat je voor de startboei doet of na de eindboei telt niet meer mee behalve een val.

In het geval er een obstakel gebruikt wordt ( kicker – slider ) kan dat het begin of einde van het parcours aangeven.

Als je op de golf bent om de trick  te starten aan de eindboei telt die mee. De uitvoering en landing mag dus na die eindboei gebeuren.

Vallen.

Bij een wedstrijd zonder obstakels heb je recht op 1 val, bij de tweede val wordt je niet meer opgepikt door de wedstrijdboot.
Een eerste val tussen de startponton en de eerste startboei is een out of course val en telt niet mee.
Een val na je eerste parcours waarbij de boot keert om terug te keren telt wel mee als val.

Bij een wedstrijd met obstakels heb je recht op een ‘’ waterval’’ en een val op het obstakel.

Voorbeeld 1 : Je valt op een waketrick en daarna op de slider. Je wordt terug opgepikt maar bij een volgende val is het voorbij.

Voorbeeld 2 : Alle waketricks zijn goed maar je valt op de slider en daarna op de Kicker. Je run is voorbij.

Meestal ligt er ook een 3/4 boei. Als je eerste val gebeurt in het tweede parcours na die boei keert de boot niet terug. Er is immers niet voldoende afstand meer om de boot op snelheid te laten komen voor de eindboei.

Snelheid.

Je vraagt je snelheid aan op de startponton.
Gezien de snelheid om een goede golf te hebben nogal varieert volgens de boot en de omstandigheden kan je het ook overleggen met de piloot aan welke snelheid hij denkt dat de golf goed is.
Je kan steeds de snelheid aanpassen door met de duim omhoog sneller te vragen of met de duim omlaag trager.
Doe dit heel duidelijk naast je zodat er geen twijfel bestaat wat je wilt. Een goed moment om de snelheid aan te passen, indien de afstand het toelaat is tussen startponton en de eerste boei. Eventueel kan je daar al eens springen om de golf te voelen.
Ook tijdens het keren na je eerste run maar opgepast , een val telt daar mee.

Hoe beoordeelt de jury mijn run?

De jury schrijft alle tricks die je doet op met aanmerkingen van hoe goed en hoog hij uitgevoerd werd. Als je twee maal dezelfde trick doet wordt enkel de beste weerhouden.

Bv. Men doet een heelside 180 en nadien een heelside 180 met nose grab. Enkel de laatste telt mee. Een Toeside 180 is dan weer een andere trick die wel telt. Men scoort op intensiteit , uitvoering en compositie.

Intensiteit = hoe hoog en ver werden de tricks uitgevoerd en hoe moeilijk zijn de uitgevoerde tricks.

Uitvoering = Hoe mooi werden de tricks uitgevoerd. Hoe lang werd een grab vastgehouden , hoe vast was de landing.

Compositie = Hoe kompleet was de rider om verschillende tricks uit te voeren alle ‘’ families ‘’.


Op lager niveau kijken we vooral :

Springt de rider in beide richtingen over de golf ( Toeside-Heelside)
Hoe goed heeft hij het bord vast bij grabs.
Zijn er rotaties en grabs.

Op hoger niveau kijken we als er tricks inzitten uit alle families.
Rotaties
Raleys
Rolls
Flips
En zitten er gecompliceerdere tricks bij, Inverts met 360 of backside rotaties. Die worden genoteerd in een apart vakje , de Highenders.

Uiteindelijk is het vooral de plaats binnen een heat die door de 3 juryleden wordt vastgelegd.

 

Delen