Varen met lage snelheid.
Met een lage snelheid (< 15 km/uur) mag er over de hele lengte van het kanaal gevaren worden.
Ook kan je op die manier de Leie opvaren en zo verder het waterwegennet verkennen.
Hou er wel rekening mee dat plaatselijke signalisatie de snelheid kan beperken tot minder dan 15 km per uur!
Varen met hoge snelheid.
Er mag enkele met hoge snelheid gevaren worden in afgebakende snelvaartzones.
Deze zones worden aangeduid met een spoecifiek verkeersborden aan de oever bij het begin en het einde van de snelvaartzone. De maximum snelheid hier bedraagt 40 km/uur!
Op het kanaal zijn twee dergelijke snelheidszones afgebakend:
- ter hoogte van IWV: vanaf de zwaaikom tot voor de laatste brug (De schaapsbrug) richting Roeselare. Er mag nooit verder doorgevaren worden aan hoge snelheid!!
- op het traject richting Ooigem vanaf de zwaaikom in Ingelmunster tot voor het sas in Ooigem.
Tussen de zwaaikom ter hoogte van IWV en de zwaaikom in Ingelmunster mag er nooit snel gevaren worden.
Om te varen moet je in het bezit zijn van allerlei documenten: o.a. stuurbrevet, immatriculatienummer,vlaggenbrief, enz...
Ook moet je boot uitgerust zijn met een aantal wettelijk verplichte zaken.
Hier volgt een beknopt overzicht van die artikels die van toepassing zijn op de pleziervaart.
Wie het volledig reglement wenst kan dit hier downloaden: REGLEMENTERING PLEZIERVAART
Art. 9. Plezierboten: Algemene bepalingen
§1.
1. Het varen met plezierboten op de aan dit reglement onderworpen scheepvaartwegen is toegelaten.
2. De Hoofdingenieur-directeur van het gebied mag de vaart met plezierboten verbieden in de panden of delen van panden waar ze enige hinder voor de vrachtscheepvaart kunnen opleveren.
3. De plezierboten met een romplengte groter dan of gelijk aan 15m zijn onderworpen aan de voorschriften van titel II, hoofdstuk I, van dit reglement 20 . Bovendien dragen zij aan weerszijden van de voorsteven of vooraan op een zichtbare plaats, in letters van tenminste 0 m 08 hoogte, de naam van het schip en op de achtersteven de naam van de thuishaven en de naam van de eigenaar in letters van tenminste 0 m 04 hoogte. De letters moeten van het Latijnse lettertype zijn.
De hierboven vermelde herkenningstekens moeten duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn ; zij moeten licht van kleur zijn op een donkere grond of donker van kleur op een lichte grond.
§2.
1. Om zich op de scheepvaartwegen of hun aanhorigheden te bevinden, moet elke plezierboot voorzien zijn van een immatriculatieplaat, met vermelding van het immatriculatienummer.
a) De prijs van de immatriculatieplaat bedraagt 25,00 EUR. Dit bedrag is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen en stijgt per schijf van 2,50 EUR.
b) De immatriculatieplaat is definitief en blijft bij de plezierboot behoren, ook bij verandering van eigenaar. Ze moet worden vernieuwd in geval van verlies of indien ze door beschadiging onleesbaar geworden is.
Bij verandering van eigenaar is de vroegere eigenaar gehouden een voor echt verklaarde kopie van de verkoopsakte van de plezierboot over te maken aan de Minister tot wiens bevoegdheid de binnenscheepvaart behoort.
c) de immatriculatieplaten worden afgegeven op verzoek van de eigenaar van de plezierboot of zijn gevolmachtigde, na betaling van het vereiste bedrag en tegen voorlegging van zijn identiteitskaart.
De Minister tot wiens bevoegdheid de binnenscheepvaart behoort, of zijn afgevaardigde, stelt vast welke inlichtingen door de aanvrager medegedeeld dienen te worden met betrekking tot zijn vaartuig.
d) de immatriculatieplaat moet op een duidelijk zichtbare plaats op de buitenkant aan stuurboord van de achtersteven of aan de achterzijde van het vaartuig aangebracht worden. Indien de plaat daar niet aangebracht kan worden, dient ze aangebracht te worden op een daartoe geschikte en voldoende zichtbare plaats.
2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op zeilplanken, op opblaasbare bootjes die niet geschikt zijn om met een motor voortbewogen te worden en op vlotten. De Minister tot wiens bevoegdheid de binnenscheepvaart behoort, of zijn afgevaardigde, kan voor waterrecreatie gebruikte tuigen aan deze lijsten toevoegen.
§3.
1. Om een plezierboot met een motor van minder dan 7.355 Watt (10 PK) te mogen besturen moet de bestuurder ten minste 16 jaar oud zijn.
Om een plezierboot met een motor van meer dan 7.355 Watt (10 PK) te mogen besturen moet de bestuurder ten minste 18 jaar oud zijn. Deze leeftijdsgrens kan tot 16 jaar verlaagd worden indien een andere bestuurder van ten minste 18 jaar oud aan boord is.
2. Onverminderd de bepalingen onder 1 hierboven moet de bestuurder van een motorplezierboot die een of meer waterskiėrs trekt, vergezeld zijn van een medeopvarende van ten minste 15 jaar oud.
3. De bestuurder van een varende motorplezierboot moet zich bevinden op de plaats en in de houding die voor het sturen is voorzien.
4. De bestuurder van een plezierboot moet in de gesteldheid zijn om te sturen en het nodige stuurmanschap bezitten. Hij moet voortdurend in staat zijn alle nodige stuurbewegingen uit te voeren en zijn boot bestendig onder controle hebben.
§4.
1. De plezierboten zijn gehouden aan alle vrachtschepen en drijvende werktuigen de nodige ruimte te laten om hun weg te kunnen voortzetten en om te kunnen manoeuvreren. Bovendien moeten zij zich op voldoende afstand houden van alle bouwplaatsen op de waterweg.
2. De door een motor voortbewogen plezierboten moeten zich verwijderen uit de vaarroute van alle op een andere wijze voortbewogen plezierboten.
3. De Minister tot wiens bevoegdheid het Bestuur der Waterwegen behoort mag vakken van de scheepvaartwegen aanduiden die hij voorbehoudt aan de zeilboten.
4. De bestuurder van een plezierboot dient alle nodige maatregelen te nemen ten einde schade aan de waterweg of aan de aanhorigheden ervan te voorkomen.
5. Het is verboden het verkeer te water te hinderen of in gevaar te brengen hetzij door gelijk welke voorwerpen of stoffen in de waterweg te werpen, te leggen, achter te laten of te laten vallen, hetzij door er ongelegen stuurbewegingen uit te voeren. Het is eveneens verboden de gebruikers van de aanhorigheden van de waterweg te hinderen.
§5.
1. Het is verboden een aantal personen aan boord te nemen zodat hierdoor het evenwicht en de veiligheid van de plezierboot in gevaar gebracht worden.
2. Alle varende plezierboten moeten aan boord hebben:
- een of meer pagaaien of roeispanen
- voor iedere persoon aan boord, binnen handbereik, hetzij een reddingsgordel, een
reddingskussen of een reddingsvest
- een touw van 30 meter
- een of meer meertouwen van 10 meter
- een anker of een dreg
- een hoosvat of een handpomp
- een misthoorn of toeter
- een goedgekeurde poederblusser indien de plezierboot van een motor is voorzien.
§6.
1. De plezierboten mogen niet stilliggen in de vaargeul. Na gebruik moeten zij op een veilige en stevige wijze worden vastgelegd. Zij mogen de scheepvaart hoegenaamd niet hinderen.
2. Plezierboten mogen niet stilliggen op minder dan 50 m van stuwen.
De Hoofdingenieur-directeur van het gebied kan de ligplaatsen voor plezierboten aanwijzen.
3. Bij vloedregime op de rivieren, moeten de eigenaars van plezierboten alle nodige maatregelen nemen of doen nemen om hun boot in volkomen veiligheid te brengen.
4. Het is verboden plezierboten te koop te stellen op de waterwegen.
5. De aanhangwagens of de verplaatsbare tuigen die gebruikt werden om de plezierboten te water te laten of aan land te brengen moeten onmiddellijk van de aanhorigheden der waterwegen verwijderd worden.
Art. 9bis. Plezierboten: Varen met grote snelheid
§1.
1. De motorplezierboten mogen met een grotere snelheid dan de in dit algemeen reglement of in de bijzondere reglementen van de scheepvaartwegen bepaalde snelheden varen op de daartoe aangewezen vakken. Deze snelheden worden grote snelheden genoemd.
2. De Minister tot wiens bevoegdheid het Bestuur der Waterwegen behoort kan deze grote
snelheden beperken.
Hij bepaalt en begrenst de vakken waar met grote snelheid mag gevaren worden.
Hij bepaalt eveneens de periode gedurende dewelke het varen met grote snelheid is toegelaten evenals de dagelijkse uren gedurende dewelke zij mogen beoefend worden.
3. In de vakken waar met grote snelheid mag gevaren worden, is de pleziervaart met zeil- en roeiboten verboden gedurende de tijd dat het varen met grote snelheid aldaar werkelijk wordt beoefend.
De Minister tot wiens bevoegdheid het Bestuur der Waterwegen behoort kan echter afhankelijk van de afmetingen van bedoelde vakken de doorvaart van zeil- en roeiboten aldaar toestaan onder de door hem te stellen voorwaarden.
§2. Buiten de inschrijvingsplaat voorgeschreven bij art. 9, § 2, moeten de motorplezierboten die de vaart met grote snelheid beoefenen aan weerszijden van de voorsteven een bijzonder identificatienummer dragen, dat door het Bestuur der Waterwegen wordt toegekend. Dit nummer kan voorafgegaan worden door een letterteken ter identificatie van het kantoor van toekenning. Het letterteken evenals de cijfers moeten tenminste 21 cm hoog, 12 cm breed en 4 cm dik zijn.
§3. Snelheid- en behendigheidswedstrijden van motorbootjes zijn verboden, behoudens schriftelijke toestemming van de Hoofdingenieur-directeur van het gebied, die in voorkomend geval de nadere regelen daarvoor vaststelt.
§4. Het varen met grote snelheid is verboden wanneer het zicht minder dan 150 m bedraagt.
§5. Snelvarende plezierboten moeten hun snelheid zodanig regelen dat zij geen schadelijk
golfslag veroorzaken.
§6.
1. Op de vakken waar met grote snelheid mag gevaren worden is waterskiėn toegelaten.
2. Ter wille van de veiligheid kan de Minister tot wiens bevoegdheid het Bestuur der Waterwegen behoort het waterskiėn verbieden op sommige vakken waar met grote snelheid gevaren wordt, op bepaalde delen van deze vakken, of gedurende sommige perioden van het jaar of uren van de dag. In voorkomend geval kan hij eveneens de vaarrichting bepalen van de vaartuigen die waterskiėrs trekken.
§7. Een plezierboot die één of meer skiėrs trekt moet op zodanige wijze varen en iedere skiėr
moet zich zodanig gedragen dat zij noch hinder noch gevaar voor de andere gebruikers van de waterweg en aanhorigheden ervan oplevert.
Art. 9quater. Plezierboten: Uitzonderingen
Worden niet als plezierboten beschouwd:
a) de schippersbootjes die geļdentificeerd worden door het aanbrengen van een door de schipper te leveren en te plaatsen plaat die dezelfde inschrijvingstekens draagt als het schip waarbij het bootje behoort;
b) de bootjes van openbare veerdiensten die de veerman toebehoren. Zij moeten de vermelding "Openbaar veer van..." evenals de naam en voornaam van de concessiehouder dragen;
c) de aan de Staat of aan de Gewesten toebehorende bootjes die de vermelding dragen van
hun hoedanigheid;
d) de bootjes die toebehoren aan de beheerders van de scheepvaartwegen andere dan de Gewesten, en die de vermelding dragen van hun hoedanigheid.
Art. 10. Ophouden van vaartuigen
Onverminderd de toepassing der straffen, hebben de agenten van het Bestuur het recht elk vaartuig, trein, vlot, bootje of plezierboot, waarvoor bovenstaande voorschriften niet opgevolgd werden, stil te doen houden en van ambtswege naar een door hen aan te wijzen plaats te verhalen, waar het zal opgehouden worden totdat de schipper al de voorschriften nagekomen is.
Kanaal van Roeselare naar de Leie: sluis in Ooigem
De reglementering betrffende alle kunstwerken (sluizen, bruggen) in heel het land kan je hier downloaden: BEDIENING KUNSTWERKEN
BEHEERDER:
Afdeling Bovenschelde Nederkouter 28 9000 GENT 09-235 00 11REGELING: D
-
Bediening:De bediening gebeurt van maandag tot zaterdag van 6.00 uur tot 19.30 uur.
-
Beperkingen :1°- Op 26 december begint de bediening op z'n vroegst om 9.00 uur.
2°- Op de vooravond van Pasen, 24 december en op 31 december eindigt de bediening uiterlijk om 18.00 uur.
3°- In de regel wordt de sluis op zon- en wettelijke feestdagen niet bediend. Voor de pleziervaart wordt evenwel in de periode vanaf 1 mei tot en met einde september de sluis op zon- en wettelijke feestdagen bediend van 10.00 uur tot 18.00 uur. De juiste informatie daaromtrent wordt elk jaar via aparte berichten verspreid.
4°- Op onderstaande wettelijke feestdagen die niet op een zondag vallen wordt bediend van 10.00 uur tot 18.00 uur: Paasmaandag, 1 mei, O.L.V. Hemelvaart, Pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november en 11 november.
-
Bedieningsvoorwaarden :Bedieningsvoorwaarden voor pleziervaartuigen
:De pleziervaart, voor zover zij over een waterwegenvignet beschikken, heeft een gratis doorvaart gebonden aan volgende voorwaarden, gelet op het grote energie- en waterverbruik bij de kunstwerken:
a) De doorvaart van sluizen gebeurt gezamenlijk met beroepsvaart;
b) De doorvaart van bruggen wordt zo mogelijk gecombineerd met de beroepsvaart;
c) Combinatie met beroepsvaart is niet vereist indien de sluis ledig dient afgeschut of opgeschut te worden voor de beroepsvaart;
d) De toeslagen voor nacht of zondagsvaart gelden niet indien de doorvaart van de pleziervaart door het wachten op de beroepsvaart buiten bovenvermelde uren valt;
e) Indien de sluismeester voorziet dat de pleziervaart meer dan twee uur zal dienen te wachten, omdat er zich in de tussentijd geen beroepsvaart aanbiedt, kan doorvaart verleend worden. Hoe dan ook zal de pleziervaart nooit meer dan twee uur wachten;
f) Indien de groep van pleziervaartuigen zodanig is dat zij de sluis redelijk vult (cfr. Beroepsvaartuig), dan wordt gewerkt als gold de groep pleziervaartuigen één binnenvaartschip. Een zelfde benadering gebeurt alsdan voor de bediening der bruggen.
Indien een pleziervaartuig een doorvaart wenst buiten bovenvermelde voorwaarden zal in de mate van het mogelijke een doorvaart worden voorzien maar dienen volgende bijkomende kosten te worden betaald:
a) speciale doorvaart aan een sluis: 5.000 frank/sluis (excl. BTW);
b) speciale opening van een beweegbare brug: 1.000 frank/brug (excl. BTW).
Indien verschillende jachten van dezelfde doorvaart wensen gebruik te maken zullen bovenvermelde kosten gelijkmatig verdeeld worden over de verschillende boten.